|
Allen |
|
Genade, vrede iedereen!
De Geest des Heren om u heen.
Neem plaats en zet u in de kring,
doet mee tot zijn herinnering.
|
| Vrouwen |
|
Wij vieren hier wat nog niet is:
verzoening en verrijzenis;
dat wij tot rust gekomen zijn
verlost van doodsangst en van pijn.
|
| Mannen |
|
Wij roepen in herinnering
de mens die onze wegen ging,
maar niet de weg van man en macht,
alleen de liefde was Zijn kracht.
|
| Vrouwen |
|
De mens die weerloos als een kind
de machtelozen heeft bemind;
die door de armsten werd vertrouwd,
op hen had Hij zijn hoop gebouwd.
|
| Mannen |
|
Hij zei: wie leeft uit zelfbelang,
sterft voor zijn tijd, die leeft niet lang.
Maar wie steeds van het zijne geeft
zal zien dat hij het leven heeft.
|
| Vrouwen |
|
Zo heeft hij zelf ons voorgedaan,
is tot de dood ons voorgegaan;
is niet gevlucht uit eigenbaat
en koos de dood als hoogste daad.
|
| Pastor |
|
En in zijn laatste levensuur
heeft Hij gezegd vol geest en vuur:
Dit brood, gebroken en verdeeld,
Ik ben het zelf u uitgedeeld.
|
| Pastor |
|
De wijn die daar op tafel stond
hief Hij omhoog en gaf hem rond:
Dit is mijn bloed, vergoten nu,
ik ben het zelf, ik sterf voor u.
|
| Mannen |
|
Gestorven gaat die mens ons voor
en leeft in onze wereld door.
Hij moet het winnen mettertijd,
Zijn geest leeft tot in eeuwigheid
|
| Vrouwen |
|
In alwat klein en nietig leeft,
in al wat nauw'lijks adem heeft,
kijkt Hij ons aan en zegt: ik ben
de broer der armen, één van hen.
|
| Allen |
|
Laat ons nu bidden tot zijn Heer,
de Vader, Hem zij lof en eer:
laat komen hier die stad, uw rijk,
wij allen even arm en rijk.
|
| Allen |
|
Dat wij verdelen alle brood
en leren scheppen uit de nood,
tot alle kwaad verdwenen is,
herschapen tot verrijzenis.
|