De vrije wil
Het debat over de vraag of de mens een vrije wil heeft is van alle
tijden. Erasmus streed erover met Luther. De vroege remonstranten
verzetten zich tegen het idee dat het mensenlot al bij de schepping
door God zou zijn bepaald: waar bleef dan de menselijke vrijheid? Ging
het in die discussies nog om religieuze overtuigingen, tegenwoordig
komen wetenschappers, zo zeggen zij, met de harde feiten: ons willen
is niet vrij, maar wordt bepaald door onbewuste, neurale processen.
‘De vrije wil bestaat niet’, ‘Wij zijn ons brein’, aldus de titels van
boeken die dezer dagen honderdduizenden (willoze?) kopers trekken.
Maar is deze ondermijning van het idee dat we een vrije wil hebben
terecht? Is het niet onze dagelijkse ervaring dat we op z’n minst een
zekere mate van keuzevrijheid hebben om dingen al dan niet te doen? Is
ons doen en laten werkelijk helemaal bepaald door processen waarop we
geen vat hebben? De mens is toch niet alleen machine, maar ook: geest,
zelfbewustzijn? Blijft hij niet altijd, hoezeer hij ook bepaald mag
zijn door allerlei structuren, in zekere mate verantwoordelijk voor
wat hij denkt, verlangt, doet?
Waar brengt de ondermijning van de opvatting dat we een vrije wil
hebben ons? Zou dat ons niet van onze verantwoordelijkheden ontslaan?
Zou, als de mensen werkelijk geen vrije keuze hebben, niet de basis
onder onze (democratische) samenleving,en in het bijzonder onder ons
rechtssysteem, weggeslagen worden?
Graag opgave vooraf via
doreleiden@planet.nl.